Gezondheids Kolonies in Oostvoorne 

‘Naar Buiten’, 14 april –26 mei 1950.Elf jaar was ik en ik vond het vreselijk er heen te moeten, maar je had nu eenmaal niets in te brengen toen. Mijn kleine zusje van zes ging ook mee. Maar ik heb er een heerlijke tijd gehad.Ik heb van het strenge kolonieregime geen last van gehad. Ik heb juist een heel vrije herinnering. Dat kwam vooral door het corvee dat de grotere meisjes (ook jongens?) moesten doen. Ik was de eerste 14 dagen samen met Henny Kuyt en Corry van der Zalm ‘veroordeeld’ tot het schoonmaken van de wasbakken op de slaapzalen. Zonder enig toezicht vermaakten we ons ’s morgens met z’n drieën op de zalen, proefden van de tandpasta’s om uit te vinden welke de lekkerste was en hadden de grootste lol. We hadden met niemand iets te maken, zolang de wasbakken maar schoon kwamen. De volgende twee weken kwamen we in de keuken terecht. Daar was het gedaan met ons vrije leventje. We organiseerden het dan ook zó dat we de laatste weken wéér de wasbakken mochten doen.

Een andere vrije herinnering: Aan de zijkant van het huis doen we -Joepie is gekomen- Bij Joepie Joepie stond je in een kring, twee en twee achter elkaar; één in het midden, die danste zingend door de kring: Joepie, Joepie is gekomen, heeft mijn meisje mee genomen, maar ik zal er niet om treuren, gauw een ander weer gehaald. Dan pakje hij één van de voorste kinderen en samen dansten ze nog even door: La, la lalla la, la la lalla la, la la lalla la, la la lalla la, gingen vervolgens weer in de kring. Met het overgebleven kind begon de cyclus opnieuw. Het was de topick. Alleen ging het daar om volkomen andere zaken: het was dé manier om te laten zien wie je wel erg leuk vond. Er werd ook totaal niet gezongen., het ging slechts om –gauw een ander weer genomen- en zwijgend wandelden we met onze wisselende uitverkoren partner van de ene naar de andere kant van de kring. Dit alles o.l.v. één van de grotere jongens, Joop, die een tweede zes weken volmaakte en wist hoe je het een en ander leuk kon organiseren. Ik herinner me hoe een leidster eens in het voorbij gaan tegen hem riep, of er niet iets gebeurde dat niet door de beugel kon. Nee, natuurlijk niet! Ik vond Gerard wel interessant, een stoer jochie met een blonde kuif (hij mij ook?), maar het bleek dat de donkere rustige Egbert mij wel leuk vond. Niks van gemerkt, tot een meisje zei dat ik hem toch maar niet moest afwijzen vanwege het feit dat hij stotterde. Dat was me niet eens opgevallen, maar je gaat op die leeftijd toch liever voor het stoere werk.. Ik weet niet meer hoe het afliep.

De leidsters waren over het algemeen heel aardig. Van juffrouw Do mocht ik de halve strooppot in een bord karnemelksepap, waar ik van gruwde, omkeren. Zo lukte het me dat vreselijke spul door te slikken. Maar er waren natuurlijk ook vreselijke eetverhalen. Als je je bord niet op tijd leeg had, dan werd de pap domweg bovenop het koude prakje gekieperd. Dat ziet mijn kleine zusje: Haar enige herinnering, een jongetje alleen in een zaal met zo’n vreselijk bord voor zich. De tranen uit zijn ogen en de snot uit zijn neus drupten in de koude stijve massa. Zij vond het heel schokkend.

Schuin achter ‘Naar Buiten’, maar wel een eindje weg, lag ‘Agatha’. Geen contact, maar een stilzwijgende rivaliteit. Een van de meisjes vertelde dat ze ook eens in "Ons genoegen’ was geweest, maar dat ze het daar niet prettig had gevonden, terwijl ze het nu wel naar haar zin had.

Wat we allemaal gedaan hebben, daar herinner ik me weinig van. Vlak bij het huis begon meteen het zand waarin we konden spelen en met mooi weer werden tafels en banken naar buiten gesleept, waar we aan knutselden en handwerkten. En op woensdagmiddag mochten we naar het spannende hoorspel ‘Willem Rooda’ luisteren, de avonturen van een jongen die uit een tuchthuis was ontsnapt. Door het verhaal van Marijke herinner ik me hondje Bobby ook weer, leuk, dank je wel!

Lidewij van Roosendaal

E mail: astro@ncrvnet.nl

Als iemand is die verhalen heeft over de Koloniehuizen in Oostvoorne dan kunt u die zenden aan:

info@oostvoorne.org